Preek 2e zondag Veertigdagentijd, jaar C, 10/11 maart 2001
Jezus geeft wat je hart begeert, tenminste, als jouw hart begeert wat God behaagt, want je zal bij Hem niets vinden dat niet van God komt.
Jezus geeft wat je hart begeert, tenminste, als jouw hart begeert wat God behaagt, want je zal bij Hem niets vinden dat niet van God komt.
De drie bekoringen staan voor de drie hoofddomeinen van ons leven: Eerst het brood, het voedsel, alles wat met het lichaam te maken heeft. De tweede voor aandacht, eer, bevestiging, sociale contacten, erkenning, carrière, ontplooiing, de top bereiken, de beste zijn. De derde bekoring is een zeer geraffineerde. Een bekoring voor theologen, voor schriftgeleerden, voor gelovige mensen in het algemeen, de bekoring om God op de proef te stellen.
Het askruisje is zo'n schitterend eenvoudig symbool. Het herinnert je eraan dat ook jouw leven eens eindigt. Dat je eens voor God moet verantwoorden wat je van je leven gemaakt hebt. Het helpt ons te denken aan de betrekkelijkheid van alles wat in deze wereld zo belangrijk lijkt.
Als u zich weleens afvraagt: ‘Waarom zou ik naar de kerk gaan?’ Hier hebt u een goede reden: om het Evangelie te horen zoals vandaag; een kritisch geluid. Jezus houdt ons de spiegel voor. Hij mag dat, hij is de enige met een volmaakt zuivere blik. Zit er een balk in ons eigen oog, dan zijn we zo blind dat we de balk niet eens meer kunnen zien. Hij ziet het. Zijn Woord geeft ons een nieuwe kijk op onszelf.
Wat kun je doen aan het kwaad? Jezus geeft maar één antwoord: Doe goed! Doe mateloos goed! Doe goed aan goede mensen en doe goed aan slechte mensen. Probeer op God de Vader te lijken die ook goed is, die altijd goed is, die liever goed is dan rechtvaardig. Probeer op Jezus te lijken.
Wat Jezus doet is, voortdurend de armoede vasthouden, voorkomen dat hij Zich verliest in welke rijkdom ook. Anders gezegd: God zijn Vader, de kracht van de Geest, dat is zijn echte rijkdom en zodra iets daartussen dreigt te komen, laat Hij dat los. Niets komt tussen Hem en zijn Vader.
Van gewone visser - mensenvisser worden, is net zoiets als van gewone herder - mensenherder worden. Dat is wat Jezus doet, dat is zijn leerschool. Ieder van ons is uitgenodigd in die leerschool mee te doen. En soms word je heel speciaal uitgenodigd om dicht in Jezus' nabijheid in zijn school te komen.
Hoe blij zou u zijn met een pastoor die streng zou preken en u voorhoudt dat u niet beter bent dan de rest?
Goed nieuws: God houdt van jullie!
Driekoningen gaat slechts over twee koningen: Over een slechte koning en de goede koning.
Maria is een subliem voorbeeld van iemand die doet wat ze zegt. Ze wijdt zich toe aan God en houdt dat vol tot en met het kruis van haar Zoon. Ze blijft bij de Kerk van het begin totdat ze naar de hemel gaat. Ze blijft zelfs nu bij de Kerk, want dat is haar roeping en zending van Godswege en die gaat door in eeuwigheid.
Christus heeft alle fasen van ons mensenleven doorlopen en zo geheiligd. In de moederschoot, in de geboorte, in het kind zijn, in het volwassen zijn, in zijn lijden, sterven en zijn verrijzen. Zo heeft Hij ons een weg gewezen tot mens zijn.